Onze-Lieve-Vrouw van zeven Smarten – Legende

Een Breese legende geeft ons een belangrijke boodschap: niet de Breeënaren maar Maria zelf heeft er voor gekozen om in onze gemeenschap aanwezig te zijn. De Piëta was immers voor een andere plek bestemd.

Tussen 1391 en 1400 maakte een onbekende beeldhouwer dit houten beeld van Maria met op haar schoot het lichaam van Jezus dat net van het kruis was afgenomen. Deze Piëta is daarmee een van de oudste Kempische beelden.
Het beeld heeft jarenlang in Beek gestaan, eerst in een kapel op de Luysen, daarna in de kerk van Beek. In 1617 werd het op een ossenwagen vervoerd naar een nieuwe bestemming.
Echter, eens de ossen voorbij de kerk van Bree kwamen, waren ze niet meer vooruit te krijgen. Wat men ook deed: de wagen kwam geen millimeter verder. Vlug begreep men dat er maar één oplossing was: het beeld van Maria een plaats geven in de kerk van Bree.
Het beeld verwijst naar de zesde smart van Maria: het dode lichaam van Jezus op haar schoot voordat het in het graf gelegd wordt. Deze Piëta neemt in onze kerk een bijzondere plaats in.

Het beeld staat prominent op een eigen altaar in een zijkapel en het is afgebeeld op een van de glasramen, gewijd aan de 25 jaarlijkse Mariafeesten.

Bij het beeld van Maria wordt veel gebeden om de bescherming van Maria te verkrijgen bij ziekte en in tijden van oorlog.

De 25-jaarlijkse feesten zijn dan ook vooral te zien als dankfeesten: via de eer die wij betuigen aan het Piëtabeeld willen wij Onze-Lieve-Vrouw erkennen als Beschermster van ons stadje Bree.